|
Welkom op www.free-mind.nl/zeiljacht |
|
||
Inmiddels zijn we terug
in Nederland en weer aan het werk. De verhalen blijven voorlopig
staan om iedereen een kans te geven ze te lezen. Veel lees
plezier en heeft u vragen, gebruik dan gerust het duifje onderaan
de site. |
|
||
| De voorbereiding. Na een half jaar van intensieve arbeid en studie, waren Winanda, Ronald en de Free-mind zo ver om het avontuur aan te gaan. Het schip die de naam Tabou droeg, is in het bijzijn van de familie en goede vrienden gedoopt tot Free-mind. A. I. S. (Automatic Identification system) Handig systeem bij het doorkruisen van drukke vaar en vis gebieden. Je kan met dit systeem de koers, snelheid en coördinaten zien van schepen om je heen die ook dit systeem hebben. Wel een fijn gevoel met die schepen zo groot als een groot flatgebouw die met 17 knopen (ongeveer 30km/u ) van alle kanten aan komen varen. 04-10-2010 Maandag vier oktober zijn we uit Scheveningen vertrokken. Ons eerste doel was het plaatsje Nieuwpoort in België. Het eerste deel van de reis ging zeer voorspoedig. We hebben ongeveer zeven knopen over de grond gezeild tot de wind ging liggen. Na een tijdje gedobberd te hebben en getracht een visje te vangen is Winanda een tukje gaan doen. Even later trok de wind weer aan en zeilde ik weer op zijn slofjes zeven to acht knopen. 05-10-2010 Toen wij eindelijk bij Nieuwpoort waren was het al donker en stond er een stevige wind. We wisten niet goed wat we moesten. Er waren veel vissersschuiten en ook een groot passagiersschip dat liep te jammeren dat wij in de scheepvaart route vaarden. We zaten er dichtbij, maar absoluut niet erin. Om even te overleggen waren we voor anker gegaan (buiten het vaarwater) en hebben uiteindelijk besloten om binnen te varen bij Nieuwpoort. 06-10-2010 de volgende ochtend hebben we uitgeslapen en om 12:15 uur zijn we vertrokken uit Nieuwpoort met als doel zo ver mogelijk te zeilen. Helaas was het erg druk en de wind niet gunstig. We zijn gezeild tot Duinkerken. Hier hebben we 's avonds rondgewandeld en internet geprobeerd te scoren, maar dat was geen succes. Wel hebben we wat boodschappen gehaald en klaar gemaakt voor vertrek.De volgende ochtend 9:10 uur zijn we vertrokken richting Boulogne. 07-10-2010 In de avond zijn we aangekomen in Boulogne. Het was eb en een stinkende ondiepe haven met wat vissersschuiten hier en daar. Aan het einde van de rivier lag een kleine jachthaven. Er was niets te beleven en we waren te moe om op stap te gaan. Het is wennen aan de zeelucht de hele dag.We zijn gaan eten, hebben een borrel genomen en zijn gaan slapen. De volgende ochtend 9:30 uur zijn we vertrokken naar Treport.. 08-10-2010 De zeiltocht naar Treport was een feestje en ging zeer voorspoedig. De haven Treport is een droogvaller (met laag water kan je er lopen). Helaas kwamen we aan net voor eb en moesten we wachten tot het drie uur voor vloed was, voordat we naar binnen konden. We zijn voor Treport voor anker gegaan en hebben daar vijf en een half uur liggen wachten tot het water hoog genoeg stond om voorzichtig naar binnen varen. We moesten de diepte meter met argusogen in de gaten houden, want het bleef een ondiepe ingang. Met een beetje bakboord of een beetje stuurboord manoeuvreerden we naar de sluizen. In het engels heb ik gevraagd of we naar binnen konden en na vele zwijgzame minuten kwam er eindelijk geluid uit de VHF. We moesten maar even wachten was er uit dit Pink Panther Engels op te maken. Even later kwam er een vissersboot voorbij die door de rode lichten de sluizen binnen vaarde. Tja, die vissers, doen maar waar ze zin in hebben. Even later mochten ook wij naar binnen. Bij de sluis kregen we een aanleg steiger aangewezen en even later lagen we aan de passanten haven. De volgende ochtend zouden we Riek en Bob treffen die van hun vakantiehuisje in Frankrijk naar Treport zouden komen. 09-10-2010 Eerst zijn we Treport gaan verkennen. Dit bleek een leuk vissersdorp te zijn met leuke restaurantjes en een gezellige sfeer. We zouden Riek en Bob ontmoeten bij het casino. Toen Winanda en ik die kant op wandelden zagen we Riek en Bob al voor het casino staan. Na een hartelijke begroeting, zijn we nogmaals het dorp door gestapt, op de visafslag van de gemeente geweest en vol verbazing gekeken hoe inderdaad het water in de haven bijna totaal verdween tijdens de eb. Er was nog een motorboot in de haven die in de problemen kwam terwijl de meeuwen op hun eten stonden te wachten. De verse vis die op het droog gevallen stuk lag te spartelen werd door de meeuwen tevreden verorbert. Een motorboot kan niet spartelen, maar de paniek was groot toen het water met grootte snelheid verdween. Met hulp van anderen zijn ze het diepere water ingevaren en buitengaats gegaan. Waar ze gebleven zijn weten we niet. We hebben met Riek en Bob in een restaurant gegeten en hebben daarna afscheid genomen. 10-10-2010 Dit was de dag van het uiteindelijke vertrek, maar nu een dag van het vervolg van de reis. Deze dag zouden we weer flink wat mijlen maken en kwamen bij Eb aan bij de haven Frekamp. Ook dit was een haven waar wij alleen met hoger tij in konden varen. Omdat ik moe was hebben we het anker voor de kust uitgegooid. Helaas ging het steeds harder waaien waardoor het anker ging krabben op de rotsachtige grond. Na een paar uur moesten wij het anker ophalen en langzaam zijn wij richting haven gevaren. De sluizen bleven dicht, wat tot gevolg had dat wij niet tot laagtij in de buitenhaven konden blijven liggen. 11-10-2010 We hadden de wekker gezet en zijn om kwart over vijf 's morgens uitgevaren. Ik had hierbij niet een goed gevoel omdat de grib files een harde wind voorspelden. Alleen op de genua gingen we al snel acht knopen en de wind begon zorgelijk in kracht toe te nemen. Toen het eindelijk licht werd, stond er al een windkracht van 6 beaufort. In de loop van de ochtend nam de kracht toe tot meer dan windkracht 7 beaufort. Grootte golven kwamen van achter in en het was bijna onmogelijk koers te houden. Na uren strijd met de golven, stroming en wind, werden de spieren ongewillig en het humeur van de bemanning er ook niet beter op. Winanda was zeeziek en ik werd moe van het vechten tegen wind, golven en stroming. We zijn uiteindelijk uitgeweken naar Ouistreham, waar we om kwart over een 's middags binnen liepen. Dit waren niet de momenten om van het zeilen te genieten, maar om te vechten en vol te houden tot er een veilige plaats is bereikt of de storm voorbij is. Na een paar biertjes c.q. wijntjes en wat rust, voelde we ons weer wat beter. 12-10-2010 We waren nog in Oistreham toen het toilet lekte en gerepareerd moest worden. Voordat we de nodige spullen vonden die we nodig hadden, was er al een dag verstreken. Na het demonteren van het toilet zagen we dat er ongeveer voor dertig jaar kalkaanslag in de afsluiters en pijpen zat. Het werd een smerig klusje. Na veel bik en schraap werk, hebben we het toilet met nieuwe onderdelen en slangen weer op zijn plaats gezet. Daarna zijn we nog naar het dorp geweest en hebben wat boodschappen gehaald op een piepklein marktje. De dag was snel voorbij en we besloten dat we de volgende dag niets zouden doen. 13-10-2010 Niets doen is op een boot bijna onmogelijk. Het schip klaar maken en de reis voorbereiden. De route uitzetten op de kaart en water tanken. Toch maar even het dak geschrobd en wat andere dingen schoongemaakt. We zijn nog maar een keer naar het dorp geweest en hebben geprobeerd om internet te scoren. We hebben wel een internetcafé gevonden, maar daar vroegen ze te veel geld om even het internet te gebruiken. We zijn op tijd naar bed gegaan, om de volgende ochtend zeer vroeg te kunnen vertrekken. Dit omdat de sluis alleen bepaalde tijden open ging in verband met eb en vloed, maar ook omdat we een lange tocht voor de boeg hadden en voor het donker de vreemde haven van Cherbourg wilden binnen lopen. 14-10-2010 We waren te vroeg wakker en de wind was onvoorspelbaar toe genomen. Na veel vijven en zessen (het was bij vijven) besloten we niet uit te varen en het zekere voor het onzekere te nemen. Het was minimaal 12 uur varen en er tussen waren geen havens waar we naar binnen konden vluchten. Ze waren allemaal te ondiep en vielen droog bij laag tij. Daarbij zou een dagje rust ons zeker goed doen en we waren tenslotte op vakantie. 15-10-2010 Na op tijd opstaan, zijn we de reis naar Cherbourg aangevangen. Het was een reis met vele tegenslagen. We begonnen met te weinig wind en zijn uiteindelijk een stuk met de motor gevaren om het tijdschema aan te houden. Uiteindelijk ging het wat harder waaien en konden de zeilen bijgezet worden. Omdat we veel tijd verloren hadden, probeerden we veel snelheid uit de boot te halen. Dit viel niet mee omdat we aan de wind moesten varen en er veel stroming tegen was gekomen. Gelukkig nam de wind toe en uiteindelijk liepen we 8 knopen. Gescheurde genua twee. Door de wind namen ook de golven toe en uiteindelijk sloeg er een verdwaalde te hoge golf in de onderkant van de genua twee. Deze scheurde zonder veel protest een halve meter in en het was gedaan met de rust. Eerst moest de genua twee eraf. Dit was lastig, aangezien hij uit de groef was geschoten en er waren hoge golven. Na een tijdje kitesurfen aan een kapotte genua, was het klusje geklaard. Daarna heb ik het Werk-fok erop gewerkt en zijn we verder gezeild. Aan de wind liep de boot slecht met het werk-fok en door de golven en stroming werden we flink weggezet. Uiteindelijk besloten we de oude genua twee erop te zetten om daarmee snelheid en hoogte te winnen. Met de genua 2 ging het stukken beter, maar er was veel tijd verloren gegaan aan deze werkzaamheden. Veel lichtjes. In de donkere avond stuurden we op Cherbourg af. Daar waren zo veel lampjes dat het navigeren op lichten bijna onmogelijk was. Dan maar met navigatie punten naar binnen en proberen bij de goede ingang te komen. Dit ging goed en we kwamen in de tweede buitenhaven. Hier probeerden we voor anker te gaan. Door de vermoeidheid, veel wind en weinig ruimte lukte het niet om goed te ankeren. Tijdens het ankeren viel de anker handel overboord en kon ik de ankerlier niet meer bedienen. We zijn uiteindelijk naar de maritieme haven gevaren en hebben daar een plaatsje gezocht. 16-10-2010 en 17-10-2010De genua hebben we bij een zeilmaker laten maken. Aan de havenmeester hebben we om een andere ligplaats gevraagd. We lagen erg op de wind en onze stoot-willen waren aan het lijden. Enkele waren al een stuk leeg gelopen. Ik heb de olie van de motor ververst en we zijn daarna nieuwe stoot-willen gaan kopen. We hebben gevraagd of ze de oude konden oppompen. Helaas paste het pomp systeem niet, dus met de hele zooi weer terug naar de boot. In Cherbourg zijn we een tijd blijven liggen. We hebben lekker vakantie gehouden en er voor gezorgd dat alles op de boot weer top in orde was. Het begon op een werk vakantie te lijken. We probeerden tussen de reparatie en onderhoud wel de nodige vrije tijd te houden, het moet tenslotte wel leuk blijven. 27-10-2010. Om maar niet elke datum te vernoemen, schrijf ik vanaf nu maar voor de voet weg. We zijn we nog steeds in Cherbourg. Hier liggen we al weer een week en hebben de nodige reparaties en herstel werkzaamheden gedaan. De genua is hersteld en ik moest een nieuwe pomp schakelaar aanbrengen voor de bildge-pomp. Deze pomp schakelt in als er te veel water onder in het schip (bildge) bij de motor staat en moet dus wel werken. Verder waren er katrollen in de giek in slechte staat en moesten dus ook vervangen worden. Omdat deze niet in de goede maat te krijgen waren, hebben we moeten kiezen voor een andere oplossing. We hebben eindelijk de rubber boot (dinky) opgeblazen en uitgeprobeerd. Na veel sleuren aan de start hendel, het schoon maken van de bougie aansluiting en gerommel met choke en gas, kwam het buitenboord motoriek eindelijk tot leven. Ik ben in het rubber bootje gestapt en heb een rondje gevaren. Voor de zekerheid heb ik wel de peddels meegenomen, want de motor klonk als een verslaafde oude roker die net zijn bed uit komt. Alles ging verder vlekkeloos en na een verse borrel met olie, liep de motor gesmeerd. Lekker vakantie gevoel. Deze week zijn we vaak de stad in geweest en hebben de buurt is goed bekeken. Napoleon heeft hier zijn voetafdruk achter gelaten en daar wordt je in Cherbourg op vele manieren aan herinnerd. Ook de Duitsers zijn hier dominant aanwezig geweest tijdens de tweede wereldoorlog (Normandië) . Er is een heuse slag om Cherbourg geweest en dat heeft de haven, het station en een deel van de stad als een puinhoop achter gelaten. Gelukkig ziet alles er weer keurig uit en is het best een mooie stad om te zien en een leuke om te zijn. We hebben ook een ritje met openbaar vervoer gewaagd tot buiten de stad. De terugweg zijn we gaan lopen en hebben tamme kastanjes geraapt en bramen geplukt. Des avonds hebben we de kastanjes in de oven gepoft en deze vergezeld met een goede fles wijn en een maaltijd genuttigd. Het was een mooie dag Slecht weer en wachten. Elke dag bekeken we de grip files om de weersomstandigheden te zien. Het was een periode van slecht weer met veel stormen. Hierdoor hebben we in wijsheid besloten tot het einde van de maand oktober in Cherbourg te blijven. We hopen daarna een goede periode te scoren voor de tocht naar Brest. Van Brest (Frankrijk) willen we naar La Coruña (Spanje) met de golf op de n varen. Dat word dan de oversteek van de Golf van Biskaje. Vertrek uit Cherbourg. Op 31-10-2010 waren de voorspellingen voor een aantal dagen goed en zijn we vertrokken uit Cherbourg. De zeilen gehesen en volle snelheid naar Brest. Eigenlijk wilde ik naar Camaret. Alles ging goed totdat de wind het liet afweten. Na overleg hebben we besloten de motor te starten en een stuk te motoren richting Camaret. Dit ging uren goed en we werden langere tijd vergezeld door een groep dolfijnen. Het weer was goed en we kwamen in het donker bij de hoek bij het plaatsje Portsall. De wind was iets toegenomen. Er kwam een lastig stuk met veel ondieptes en smalle doorgangen met stroming en drift. We wilden verder met de motor gaan, omdat de opgestoken wind van de verkeerde richting kwam. Motor pech! Toen we de hoek wilden om varen en wisten dat het erom ging, was er een knal en stopte de motor vergezeld door een brandlucht in de boot. De motor was niet te gebruiken en snel hesen we de zeilen en met te veel wind op lager wal probeerde we het schip om de hoek te krijgen. Dit lukte niet en we raakten bijna verzeild in een vissers gebied. Na veel moeite konden we het schip terug voor de hoek krijgen en zijn we een stuk de zee op gezeild. Volgens de kaart was er geen haven die met deze wind zonder motor was binnen te varen. We hebben toen het besluit genomen om de nacht voor top en takel gegaan. Voor top en takel is alle zeilen binnen halen en het schip laten dobberen de zee. Ik heb de bewegingen van het schip gecontroleerd en gezien dat we met kleine snelheid afdreven. Omdat we genoeg rimte om ons heen hadden., zouden we dit makkelijk de hele nacht kunnen volhouden. Na een spannende nacht met veel golven en herrie, zijn we in de vroege ochtend de zeilen weer gaan hijsen. We zijn op zoek gegaan naar de dichtstbijzijnde toegankelijke haven. Dit bleek de haven L'aber Wrac'h te zijn. Deze haven was niet zo gemakkelijk binnen te varen en al helemaal niet zonder motor. Er waren veel ondieptes en rotsen met veel stromingen en de wind kwam ook van de verkeerde kant. Ik heb met mijn mobiel het nummer uit de Reeds Nautical Almanac gebeld van de haven L'aber Wrac'h om te vragen of het mogelijkheid was om onder zeil naar binnen te varen en aan te leggen. De kustwacht Frankrijk. Voor dat ik het wist, had ik de kustwacht van Frankrijk aan de lijn. Deze vroegen wat mijn coördinaten waren en of ik gewonden aan boord had. Onder geen beding mocht ik als vreemde zonder motor de haven invaren. Dit was veel te gevaarlijk. Zelfs vreemde schepen met motor hebben vaak nog moeite om binnen te komen. Na veel overleg en misverstanden hebben ze besloten een schip te sturen om de Free-mind hulp te bieden. Toen wij een uur zeilen verwijderd waren van L'aber Wrac'h, kwam er een groot schip op ons af. Op gedistingeerde afstand bleef het schip verwijderd en vroeg wat voor soort hulp wij nodig hadden. In mijn beste steenkolen engels zei ik dat er alleen assistentie nodig was om zonder motor de haven binnen te komen. Het slagschip antwoordde dat hij ons zou begeleiden tot de haven en daar ons naar binnen zou helpen. Nogmaals kreeg ik de vraag of er geen gewonden waren. Gelukkig kon ik deze vraag ontkennend beantwoorden en wij zeilden verder richting L'aber Wrac'h, begeleid door een slagschip van de Franse kustwacht/douane. Goede hulp en aardige mensen.Bij de ingang van de haven L'aber Wrac'h ging het nog bijna mis doordat we een boei niet konden halen, maar na wat kunst en vliegwerk kon ik de Free-mind in de vaargeul krijgen. Met een rubberboot kwamen er acht Fransen aangevaren waarvan er twee aan boord kwamen. Na nog een stuk zeilen moesten de zeilen omlaag en werd de zware rubberboot vast gekoppeld. Zo hebben ze ons tot aan de steiger naar binnen gebracht. Eenmaal in veilige haven werden we vriendelijk geholpen met aanmeren en lagen we binnen enkele minuten veilig aan de kade. Het enige waar we aan konden denken, was slapen na drie dagen en twee nachten actie. Helaas moesten de heren van de douane na opdracht van het slagschip onze papieren en het schip controleren. Na een vluchtige controle en het niet vinden van drug, drank of verstekelingen, namen de heren vriendelijk afscheid. Hierna zijn we gaan eten en slapen. Dat zijn van die momenten dat de mens graag naar bed gaat. Brandstof toevoer schoon maken en motor checken. Ook in L'aber Wrac'h zijn we een aantal dagen blijven liggen. Eerst moesten we het probleem met de motor oplossen. Dit bleek later, na een grondige inspectie van mijne zijde een compleet vervuild diesel systeem te zijn. Hoe dit heeft kunnen gebeuren blijft en raadsel, er was namelijk wel erg veel vuil in de filters en het systeem aanwezig. Voortaan maar extra voorzichtig zijn bij het tanken en bijvullen. Na het scoren van de juiste filters, het leeg halen van de tank (ongeveer 30 liter) en het doorspoelen van het systeem, werd vol verwachting aan de contactsleutel gedraaid. Zonder een moment van twijfel kwam de motor met een tevreden geluid tot leven. Nu was de vraag waar de knal en de brandlucht vandaan was gekomen. In het toilet bleek er een starter van een TL volledig doorgebrand te zijn. Het waren dus twee verschillende problemen die op hetzelfde moment plaats vonden. In de haven. In de haven L'aber Wrac'h hebben we een aantal mensen leren kennen. Er was een Australiër met een Engelsman die samen met een ingehuurd bemanningslid en een in Engeland gekochte boot genaamd Black adder, van Engeland naar Australië wilden zeilen. Er was geen goede chemie tussen de twee heren en het ADHD bemanningslid en er was voortdurend discussie over de boot en de te volgen route. De Australiër, Engelsman en de ingehuurde kapitein zijn na enige dagen vertrokken naar Camaret. Zij wilden de golf van Biskaje rond zeilen en niet in één keer over te steken naar Spanje. De ingehuurde vond dit ook al geen goed plan en ging het liefst in een keer de Golf van Biskaje over. Ook lag er in de haven een Duitser Thomas genaamd, die alleen naar warmere oorden wilde zeilen. Door problemen met de stuurinrichting was hij in L'aber Wrac'h gestrand. Enige dagen na het vertrek van het Engelse schip, vroeg Thomas aan ons of wij ook niet naar Camaret wilden zeilen, dan kon hij achter ons aan varen en zijn stuurinrichting uitproberen. Eigenlijk wilden wij vanaf L'aber Wrac'h de golf van Biskaje over steken, maar een dagje zeilen naar een iets beter startpunt kon ook vast geen kwaad. Zeil-dag naar camaret.Op 06-11-2010 zijn we met Thomas de hoek rond gezeild tussen Portsall en het eiland Île d Quessant naar beneden tussen de vele ondieptes door naar Camaret. Bij vertrek ramde Thomas een andere boot en moesten we wachten tot de formaliteiten afgehandeld waren. Een uur later vertrokken we uit L'aber Wrac'h. Thomas volgde trouw met zijn ijzeren schip, al was hij af en toe volledig uit koers. Hij gaf via de marifoon door dat zijn windvaan het nog steeds niet goed deed. Gelukkig bleef hij langs het westelijk gedeelte van de Franse kust wel in onze kielzog. Dit was een lastig stuk met veel ondieptes en stromingen die voor verrassingen konden zorgen. Net voor het donker werd, bereikten we Camaret. We meerde Free-mind aan de visiteurs stijger, voor de Black adder, die daar nog aangemeerd lag. Daarna nog even Thomas geholpen met het aanleggen van zijn ijzeren schuit. We hebben nog een beetje rond gekeken en zijn daarna gaan eten op de boot. Het was wel lekker om weer een dagje relaxed te zeilen en te motoren zonder problemen en met redelijk mooi weer. Onrustige nacht. In Camaret lagen we in een buiten haven aan een steiger die aan ankers lag. Dit is handig bij eb en vloed zodat je boot niet onder water verdwijnt of aan de land-vasten hangt als je weg bent geweest. De volgende avond kwamen er golven de haven in rollen die de steigers lieten steigeren en de boot contra lieten dansen. Elke keer als de boot omhoog ging en de stijger omlaag, was er een ruk aan de kikkers die schade aan de boot zouden veroorzaken. Ik ben verscheidene keren uit bed gegaan om de boot beter vast te leggen en rubber veren tussen de lijnen te leggen. Alle lijnen had ik gelukkig dubbel gelegd, want twee lijnen waren de volgende ochtend gebroken. We zijn gelijk naar de haven meester gegaan en hebben aan haar gevraagd of wij in de binnenhaven konden liggen. Dat was geen probleem want de haven was uitgediept en diep genoeg voor ons zeiljacht. We hebben Thomas op de hoogte gebracht die het ook een goed plan vond. Dezelfde dag hebben we Free-mind en de boot van Thomas, verplaatst naar de binnenhaven. Hier moesten we wachten op een voorspelling van drie dagen goed weer om de golf van Biskaje over te steken. Een dagje Brest. Op 18 november 2010 zijn we met de boot van Thomas van Camaret naar Brest gezeild. Thomas wilde zijn windvaan stuurinrichting testen die nog steeds niet goed werkte en wij konden in Brest misschien wat reserve onderdelen kopen voor de Free-mind. Ondertussen hadden we kennis gemaakt met Michael. Michael was vijf jaar geleden ook op weg naar het zuiden en is in Camaret blijven hangen. De grap is dat iedereen zegt dat Michael al vijf jaar wacht op goed weer om de Golf van Biskaje over te steken. Michael wilde ook graag mee zeilen naar Brest. Met zijn vieren zeilden we naar Brest. Er was een lekker windje en we waren vrij snel in Brest. Het was ongeveer 9 nautische mijlen varen vanaf Camaret. We hadden nog wat spullen nodig voor de boot en vol goede moed gingen we naar een paar winkels. De meeste dingen waren niet te vinden en wat er te koop was had een te hoge prijs. Wij hebben wel een paar filters gekocht voor de motor. Tijdens het terug zeilen stond er te veel wind of hadden we te veel zeil en het ijzeren schip begon meer op een duikboot te lijken. Ik heb maar geadviseerd om een rif te slaan en dat hebben we uiteindelijk gedaan. De windvaan deed het niet goed, maar Michael had het reuze naar zijn zin achter het roer. Thomas had een kast vergeten dicht te doen en de inhoud ervan lag door het hele schip. Winanda was een beetje zeeziek en de kuip stond constant vol met water. Dit water kwam binnen via de afvoer als het schip te schuin ging. Het was een leuke ervaring, maar niet een boot voor mij. Volgens Michael was het een submarine. 's Avonds zijn we met de bemanning een paar biertjes gaan drinken en hebben de lokale leren kennen via Michael. Zaterdag zouden we waarschijnlijk de golf oversteken als de weervoorspellingen hetzelfde bleven. Over de Golf van Biskaje. We zijn inderdaad de 19 november de golf over gestoken en helaas voor het gelijk van alle critici, we hebben het gehaald zonder te verdrinken of averij op te lopen. Onze kennis Thomas is gelijk met ons vertrokken, maar van hem hebben we na enkele tientallen mijlen niets meer vernomen. Waar hij op dit moment vertoeft kan ik helaas niet vertellen, want we hebben ook nog geen reactie op de Email gehad. Onze tocht over de Golf van Biskaje ging in het begin zeer voorspoedig en met een dag lang 7 tot 8 knopen kom je flink op weg. In de avond van de tweede dag kwam er minder wind, maar met alle zeilen bij ging het nog in een redelijk tempo. Op een gegeven moment was de vaart eruit, maar we bleven dag en nacht door zeilen met af en toe 5, maar soms ook 2 knopen. De motor konden we nog niet gebruiken omdat we slechts een tank hebben van 80 liter. Gelukkig, vier uur geslapen. De laatste nacht ging het nog maar twee knopen en zijn we beiden in slaap gevallen om vier uur later wakker te worden. Gelukkig vaar je op een zee met zeer weinig scheepvaart, drijvende containers of walvissen. Het was mijn eerste (lange slaap) sinds het vertrek uit Camaret en ik voelde me volledig gesloopt. Ik ging naar het dek en zag dat de situatie niet verbetert, nog verslechtert was. Na berekening bleek dat de snelheid de hele nacht meer dan 2 knopen was geweest. Na een snelle berekening wisten we dat we nu met de motor genoeg diesel hadden om Cedeira te bereiken. Met de motor zijn we verder gevaren totdat er meer wind kwam. Op zeil zijn we het laatste stuk met de vertrouwde 6 to 7 knopen naar Cedeira gezeild. We hebben voor het oversteken van de golf slechts tien liter diesel gebruikt, het geduld werd beloond. Geen aanlegplaats in Cedeira. In Cedeira zijn we voor anker gegaan. Dit kan niet anders want er is geen jachthaven alleen een aanleg voor vissersboten. Het is een prima ankerplaats, goed beschermd tegen golven en wind. De vissersschuiten varen af en aan zowel overdag als 's nachts. Het lijkt net of ze rekening met je houden, want ze zijn altijd erg stil. Overdag was het lekker buiten, maar in de avond en nacht stuurde de kou je vroeg naar bed en hield je lang in de ochtend onder de dekens. De Webasto werkte niet en voor wal-stroom om de elektrische verwarming aan te zetten was ons verlengsnoer te kort. Diesel halen. De volgende dag de hebben we de dinky opgeblazen en zijn we met een niet startende buitenboord motor, naar de kant geroeid. Weer de nodige boodschappen gedaan en rond gekeken in dit pittoreske vissersdorp. Voordat we verder gingen moest er ook nog diesel gehaald worden. We moeten elke tien liter weer bij tanken, je weet maar nooit of je genoeg hebt met die 80 liter. Vol goede moed trok ik weer aan de buitenboordmotor. Verrast viel ik bijna overboord toen het kreng met veer gebrul vooruit stoof. Snel de jerrycan ingeladen en naar het tank station gevaren. Toen ik halverwege was, kwam ik tot de ontdekking dat ik geen peddels bij me had, wat wel erg optimistisch was met deze buitenboordmotor. Gelukkig ging alles goed, behalve dat ik geen diesel kreeg van die Spaanse jongedame. Ik moest maar even een paar kilometer naar het dorp lopen, want deze pomp was alleen bestemd voor vissersboten. Na aandringen en het gebruiken van al mijn charmes, kreeg ik geen diesel en ben onverrichte zaken terug gekeerd naar de Free-mind met een wel werkende buitenboordmotor. Leuke plaats, maar weer verder. Cedeira is een heel leuk klein vissers-plaatsje waar we eigenlijk wel hadden willen blijven, maar de kou 's nachts was zo onaangenaam dat we het anker op 27 november gehesen hebben om naar Beluso te zeilen. We op open zee toen de wind volledig uit de verkeerde kant te kwam. Ook was het heel onrustig weer met veel draaiende en toenemende wind. Na een tijdje opgekruist te hebben, werd het raadzaam om niet door te zeilen naar Beluso, omdat er na dertig uur een stormachtige wind zou komen vanaf de Golf van Biskaje. Wij zouden met deze omstandigheden zeker meer dan dertig uur nodig hebben om Beluso te bereiken. Gelukkig was d haven Coruña dichtbij en zijn we daar naar binnen gevaren. De stad Coruña en enige luxe. Coruña heeft twee heuse jachthavens die in deze tijd bijna leeg zijn. Je kan er douchen en dat hebben we dan ook dankbaar gedaan na een week vervuilen. Snel hebben we de elektrische kachel aan gedaan en hebben we een vorstelijk maal gemaakt. Hier moeten we weer blijven liggen om goed weer af te wachten voordat we de hoek van noord Spanje kunne nemen. We hebben de stad bekeken en we zijn uit eten geweest. Hierna zal de koers alleen nog maar naar het zuiden gaan en moet het weer en de temperatuur beter worden. Ook zullen we daar meer gaan ankeren om zo de kosten te drukken en de echte vrijheid te ervaren. De zeiltocht naar Beluso. De weersomstandigheden waren volgens grib files redelijk, alleen het laatste stuk zou er weinig tot geen wind zijn. Wel woede er een storm boven Coruña op een afstand van 100 nautische mijlen in de Golf van Biskaje en eentje op de Atlantische oceaan iets van de kust. Het eerst stuk zouden we een sterke wind hebben vanaf het oosten die ons, zelfs zonder zeil, in de goed richting zou brengen. De golven zouden het schip van achter met een hoogte van meer dan vier meter tarten, maar gelukkig kan de Free-mind op het kontje aardig wat hebben. Een stevige tocht. Het werd inderdaad een stevige tocht het eerste stuk, wat tot het donker werd in beslag nam. Daarna zou de wind minderen en zelfs gaan liggen. Toen de wind om een uur of acht ging minderen is Winanda een slaapje gaan doen en ben ik op dek gebleven om de vissersboten te ontwijken. Helaas is het daarna niet meer rustig geworden en heb ik meer reven moeten slaan en zeilen moeten bijzetten dan leuk is. We hebben van windstilte tot wel 30 knopen wind gehad met een interval van soms maar een tiental minuten. Het verschil was te groot om het tuig te laten staan. De berichten van schepen op drift, stormwaarschuwingen en het weer met veel bewolking maakte het gevoel er niet beter op. Scherp blijven was het devies en toen we eindelijk de lagune bij Beluso in vaarden, was het weer gekalmeerd en de wind definitief gaan liggen. Het laatste stuk hebben we met de motor gevaren. Om elf uur in de ochtend knoopten we de Free-mind aan de steiger in Beluso. Na een warme maaltijd en een paar glazen wijn, zijn we naar bed gegaan voor een goede dag-rust van vijf uren. Van Beluso naar Portugal. Beluso was de laatste stop in Spanje en vanaf daar zouden we verder gaan naar Nazaré in Portugal. Bijna alle havens die tussen Beluso, Spanje en Nazaré, Portugal liggen gooien de poorten dicht bij een beetje slecht weer of hoge golven uit het westen. Dit ook omdat er vaak bij de ingang slechts een diepte is van 6 tot 8 meter en je begrijpt dat er bij golven van 4 of 6 meter niet veel diepte overblijft. Met een stuiter effect zou je dan binnen lopen als je een diepgang hebt van 2 meter of meer. In Beluso was het goed verblijven. Overdag was het een graad of twintig alleen 's nachts was het ook hier fris. De sinaasappelen hingen hier nog aan de bomen en enkele struiken bloeiden nog. De haven was voor ons zonder kosten. We lagen aan een nieuwe steiger en heerlijk rustig, wat een verademing was in vergelijking met Coruña. Daar kwam het vissers-tuig met tuig elke avond laat voorbij racen om vervolgens in de vroege ochtenduren weer binnen te stuiven achtervolgd door een symfonie orkest van meeuwen. Enige tijd later lag je nog na te schudden van de golven die deze schuiten veroorzaakt hadden. Veel goeds had ik over de haven Coruña gelezen, maar ons hart heeft het niet gestolen. We hebben een tijdje genoten van de rust en de gastvrijheid van Beluso, om daarna weer verder te reizen naar Portugal. Schip in nood? Op 14 december 2010 zijn we vertrokken uit Beluso. Het was er prima, maar het warme zuiden bleef trekken. Toen we de laatste dag in Beluso waren en terug kwamen van een te lange wandeling, kwam er een Spaanse eigenaar van een andere boot naar ons toe en zei dat de reddingsbrigade de hele dag naar ons op zoek was. Er was heel wat commotie op de kade ontstaan en een aantal lokale vissers waren ook aanwezig. De lokale zeiden dat we moesten betalen, maar ik dacht niet dat dit door de reddingsbrigade geregeld zou worden. Nog geen tien minuten later kwam er een groot oranje schip vanaf de andere kant van de baai aanvaren en legde vlak voor ons aan. Een klein mannetje sprong op de kade en kwam naar de Free-mind lopen. Free-mind, riep hij naar binnen en yes was het antwoord vanuit de kajuit. Het mannetje vroeg ons of wij een radio bacon hadden. Ja die hadden wij. Ik liet hem aan boord komen en vroeg of hij misschien de A. I. S. bedoelde. Nee, dat was het niet, hij bedoelde de EPIRB (Emergency Position Identification Radio Beacon). Hij nam het apparaat mee naar de reddingsboot en bleef enige tijd weg. Ongeveer tien minuten later kwam hij terug en wist te vertellen dat het niet onze EPIRB was die het noodsignaal afgaf. Er moest een andere boot in de haven zijn die zinkende was en hulp nodig had, zei ik. Vrolijk wees ik naar een visser in een roeiboot, die inmiddels ook pols hoogte was komen nemen en ik vroeg of hij zinkende was. Lachend (ze verstaan wel een beetje Engels) zei hij dat het niet het geval was. Toen iedereen stond te lachen en de hilariteit inzag van deze reddingsactie, zei de kleine man van het reddingsvaartuig dat het een Engelse Radio beacon moest zijn. Aangezien er geen Engels schip aanwezig was in deze kleine haven, zijn de redders onverrichte zaken vertrokken. Terecht gekomen in Figueira da Foz. Van Beluso zouden we naar Nazaré varen. De verwachtingen waren goed en de wind zou uit het noorden komen. Ideaal voor een fijne zeiltocht van 170 nautische mijl waar we ongeveer 34 uur voor rekende. Het was dus weer een nacht door halen en nog een hele dag door zeilen. Alles ging redelijk al was er veel minder wind dan verwacht en gingen we later op de dag pas in een redelijk tempo. Na de nacht begon de wind sterk aan te wakkeren oplopend tot windkracht 8 beaufort. Omdat we moe waren van 24 uur zeilen en niet wisten hoe lang deze storm ging duren en of hij erger zou worden, hebben we gekozen om aan te zeilen op Figueira da Foz. We wisten niet of we er naar binnen konden, maar volgens mij was de haven bij wind vanaf de kust meestal wel open en er was nog geen melding op de navtex geweest. Het duurde langer dan verwacht, omdat we scherp aan de wind moesten zeilen en tegen de golven moesten opboksen. Na vele uren zeilen kregen we nog zeer vervelende steile golven te voortduren door de ondieptes bij de kust. Gelukkig stond er geen teken bij de ingang van de haven dat het invaren gevaarlijk dan wel onmogelijk was en na 1 dag en 19 uur waren we weer 144 nautische mijl verder. Zij gingen naar
Nazaré.Bekomen van de schrik en uitgerust zijn we op 19 december vertrokken naar Nazaré. Dit stuk was slechts veertig nautische mijl en moest te doen zijn in een dagtocht. Bij het ochtendgloren vertrokken we en zaten gelijk weer zonder wind. Het begint een beetje op een alles of niets zeiltocht te lijken. Na een aantal uren met de motor gevaren te hebben, begon het een beetje te waaien. Ik had de zeilen gehesen en was ze aan het trimmen toen ik achter mij iets hoorde vallen. Een blik op de helmstok leerde mij dat de beugel van de stuurautomaat het begeven had. We moesten nu verder met de hand sturen. Gelukkig was het geen verre tocht en konden wij dat wel managen. Een beetje wind en geen wind hebben elkaar afgewisseld tot het laatste stuk. Het laatste stuk kregen we weer met buien en windvlagen te maken die ons weer aan het werk hebben gezet tot aan de haven van Nazaré. Vrolijk kerstfeest. In Nazare is er een Engelse manager captain Micke genaamd, die daar met zijn vrouw een tijd geleden gestrand is. Het is een beetje hetzelfde verhaal wat je in meerdere havens tegen komt. Het zijn aardige mensen die goed Engels spraken (lol). Zijn vrouw heeft ons naar een bedrijfje gebracht die de beugel van de stuurautomaat heeft gelast. Verder hadden we weinig te herstellen deze keer. We zijn een paar keer gaan wandelen en hebben een kerststukje in het bos bij elkaar gescharreld wat door Winanda op kunstige wijze in elkaar is gestoken. Dit met een zelfgemaakt kerstmaal, veel wijn, brood en het verblijf in de plaats Nazeré heeft bij ons een bijzonder kerstgevoel teweeg gebracht. Happy new-year. Tot nieuwjaarsdag zijn we in Nazaré gebleven en hebben daar oud en nieuw gevierd met de lokale bevolking. We waren om een uur of tien naar het feest gewandeld die op de boulevard en het strand plaats zou vinden. Er heerste in het dorp een gezellige en vriendelijke sfeer. Iedereen liep met een fles champagne en het koste ons geen enkele moeite deze gewoonte over te nemen. In een winkeltje die nog open was hebben we voor nog geen tientje een fles wijn en champagne gescoord van wel zeer goede smaak. Over de kwaliteit zal ik mij niet verder uitlaten, gezien ik geen wijnkenner ben en al helemaal geen verstand heb van champagne. Met de flessen in de hand hebben we een beetje rond gelopen. De wijn hebben we soldaat gemaakt, maar de champagne zo hadden wij begrepen, moest bewaard worden voor het moment suprême. Langzaam tikte de reusachtige met laserlicht geprojecteerde klok op de steile rotsen de tijd weg die ons scheidde van 2011. Er waren verschillende muziektenten op het strand met verschillende stijlen van muziek. Enige minuten voor twaalf uur begonnen ongeveer 5000 mensen hevig of minder hevig met de champagne flessen te schudden. Ook aan deze gewoonte heb ik mee gedaan, al heb ik niet te hevig geschud, omdat ik wist dat dan het kostbare vocht met veel snelheid de fles zou verlaten. Om twaalf uur schreeuwde iedereen het uit en als op commando schoten de kurken achtervolgd door veel champagne door de lucht. Tegelijkertijd met de kurken en de champagne vloog vanaf het strand het vuurwerk ook de lucht in. We hebben elkaar innig een gelukkig en gezond Nieuwjaar gewenst en hebben de bij ons nog goed gevulde fles champagne leeg gewerkt, naar het vuurwerk gekeken en daarna nog even gedanst. Zeilen met een kater. Op nieuwjaarsdag zijn we vertrokken uit Nazaré. Het doel was deze keer Sines, Portugal. Dit zou normaal gesproken met een wind verwachting van 10 knopen ongeveer een 24 uren in beslag nemen. Opstaan was al geen feestje, dat feestje hadden we met de nieuwjaarsviering in Nazaré gehad. Voorzien van een lichte kater en genoeg water en diesel zijn we om twaalf uur vertrokken. We zijn met de motor de haven uitgevaren en moesten deze aanhouden, want wind was er niet. Na een uurtje motoren dachten we dat we misschien beter terug konden gaan. Gelukkig of niet, begon het even later een beetje te waaien en al snel liep de Free-mind 5 knopen. De wind nam toe en we hadden goede hoop dat we het doel in de gestelde tijd zouden halen met een acceptabele snelheid van 7 knopen over de grond die in dit geval ongeveer 80 meter onder ons lag. Helaas viel de wind na ongeveer 25 Nautische mijl stil en dobberden we verder naar het zuiden. Uiteindelijk hebben we weinig op de motor gevaren, de hele nacht bijna stil gelegen en in de ochtend weer vaart gemaakt. Dit heeft ons doen besluiten ons doel te verleggen en na vierentwintig uur om twaalf uur de volgende dag zijn we de haven van Cascais binnen gevaren. Met daglicht de haven in
maar........Het was gepland om met daglicht Cascais naar binnen te varen. Gelukkig was het vierentwintig uur later midden op de dag. Toen we in de buurt van Cascais kwamen werd het echter plotseling zeer mistig. Zo mistig dat we niet verder dan 50 meter zicht hadden. Dit gaf letterlijk en natuurlijk (figuurlijk) geen goed vooruitzicht, en we dachten eraan om buiten Cascais voor anker te gaan om het optrekken van de mist af te wachten. We hadden de misthoorn gepakt en om de twee minuten bliezen we onze longen leeg. Één lang en twee kort, om te laten horen dat wij met een zeilschip vaarden. We verwachten dat andere schepen ook van zich lieten horen. Op een gegeven moment dachten wij een boot met een misthoorn te horen, maar waar hij was, is op het water moeilijk te traceren. Nog geen 10 seconde later hoorde wij hem alweer. Dit kon geen schip zijn en met een blik op de kaart zagen we dat het de haven Cascais was die zo een herrie produceerde. Varen op geluid is onmogelijk, dus waren we druk met zeilen, navigeren en kijken op het A. I. S. en de radar of er geen schip op onze koers kwam. Toen we dachten in de buurt te komen, zagen we de muur van de haven en jawel tussen de muur en ons een heuse vissersboot. We hadden deze niet op de radar gezien, omdat hij te dicht bij het land vaarde. We zijn gelijk overstag gegaan anders hadden wij hem zeker geramd. Ik wilde in de baai voor anker gaan, maar gelukkig trok de mist even op toen we bij de ingang waren. Snel zijn we naar binnen gevaren en hebben een plaats in de jachthaven gekregen.We hebben wel de hele middag naar de hoorn van de haven moeten luisteren, daar lagen we erg dichtbij. Cascais.De haven van Cascais is niet de plaats om te zijn, vinden wij. Het is een dure haven en je moet ver lopen om je boodschappen te halen. Dit is ook vervelend, omdat we nu het drinkwater ook in flessen moeten halen. Het water in Portugal is waarschijnlijk niet goed voor de rust van het spijsverteringsorgaan en heeft ongeveer de smaak van het Nederlandse zwembadwater waar te veel gloor is ingegooid. In de haven lagen we wel vrij van de golven, maar de wind kwam recht uit de oceaan over de haven blazen. Drie dagen van de week hebben we in een zoute douche gelegen. De golven kwamen ver boven de muur uit en werden door de wind als zoute regen over de jachten verspreid. Erg comfortabel was dit niet en buiten zitten was alleen prettig als je het eten te flauw vond. Op één van de mooiste dagen hebben we het onderlijk van de genua 2 gerepareerd waar de zoom van los was. Er was ook een zeiler uit België die een aantal dagen eerder met een vriendin uit Nazaré was vertrokken. We hebben met zijn vieren een gezellig avondje aan de bar gezeten. Zijn vriendin Liesbet heeft aan Winanda haar pillen tegen zeeziekte gegeven, want zij zou de zevende januari terug naar België gaan. We hoopten dat deze pillen zouden helpen. Een prima zeildag. We zijn op negen januari uit Cacais vertrokken. De windvaan wees naar het noordwesten, de anemometer gaf zeventien knopen wind aan, de thermometer stond op vijftien graden en de zon scheen bijna. We zijn op ons gemak alles klaar gaan maken en hebben daarna de te dure haven betaald. Snel wegwezen uit dit zoute oord waar je met harde westenwind veranderd in een zoutpilaar. Ik durfde ook bijna niet achterom te kijken toen we weg zeilden en gelovig ben ik niet. Recht voor de wind liep de boot niet lekker over de hoge golven van de afgelopen storm. We hebben daarom iets meer koers van de kust af gezeild. Na een aantal uren weer terug richting land, recht op ons doel Sines af. Alles ging goed en de wind bleef deze keer vrij krachtig aanwezig. Dit alles maakte het een prima zeil dag en we waren in tien uur van Cascais naar Sines gezeild. Onze gemiddelde snelheid lag op zes knopen met afmeren tot in de haven van Sines. Of het komt door de andere pillen weten we niet, maar Winanda is deze keer niet zeeziek geweest. Helaas is wel de sensor van ons log defect geraakt en moeten we naar een nieuwe zoeken. Van Sines door naar Portimão. Het was niet de bedoeling om lang te blijven in Sines. We waren van plan om hier vandaan door te zeilen naar Marokko of indien mogelijk de Canarische eilanden. Toen we een poging ondernamen ging het eerste stuk al niet goed want de wind was aanzienlijk minder dan voorspeld. Dat voorspellingen, voorspellingen blijven is een cliché, maar soms moet je ergens vanuit gaan. Wel waren er veel dolfijnen om het schip. Als de dolfijnen komen ga ik op de boeg liggen en sla dan op de zijkant van het schip. Als ik op de boeg trommel komen ze zo dichtbij dat ik ze bijna kan aanraken. Ze draaien op hun zij en kijken mij dan aan. Dit is elke keer weer een fantastische ervaring. Filmpje dolfijnen. Na een eerste dag weinig wind, was het de tweede dag nog erger en waren we halverwege de dag nog slechts enkele tientallen mijlen uit de kust van zuid Portugal. De motor aanzetten had geen zin, omdat de te overbruggen afstand te groot was en de tank te klein. We hebben nog even overwogen om uit te wijken naar Marokko, maar ook hier waren we nog ver vandaan. Met de wetenschap dat we in de komende drie dagen nog een dag geen wind zouden krijgen volgens de voorspellingen en er een depressie op de loer lag ten westen van de Canarische eilanden, zijn we terug gevaren naar zuid Portugal. Dit betekende weer de doorvaart kruizen van de scheepvaart tussen de Middellandse zee en west Europa. Hier bewijst het A. I. S. systeem zijn nut. Het geeft alarm als er een schip in de buurt is en geeft bij die schepen ook een waarschuwing. Na 165 Nm zijn we op 18 januari 2011 de haven van Portimão in gevaren. Hier hebben we 11 dagen gelegen omdat de weersomstandigheden slecht waren. Uiteindelijk hebben we besloten om langs het zuiden van de Portugese kust verder te zeilen. “Een goede zeiler maakt geen plan en houd zich daar ook aan” is een goede lijf(behoudende)spreuk geworden. Van Portimão naar Albufeira. In Portimão was niet veel te doen. Er is een stuk oude muur met een klein kasteel waar een restaurant op zit wat in de winter gesloten is. Op het strand en boven het strand is een toeristische boulevard met veel restaurantjes en cafés waarvan de meeste ook dicht zijn in de winter. De haven was ongezellig, er lagen veel catamarans die daar een goedkope ligplaats hebben in de winter en enkele zeiljachten. De meeste schepen waren verlaten. Het weer was te slecht om te zeilen en we zijn na elf dagen op 29 januari verder gezeild naar Albufeira. Dit plaatsje heeft wel iets leuks. Het binnen varen gaat via een smalle doorgang en je ligt er dus heel beschut. We hebben de bus naar het centrum genomen en zijn daar uit eten gegaan voor het achteraf vieren van mijn verjaardag. Naar Faro, Portugal. Op 31 januari zijn we naar Faro gezeild. Dit was 29 Nm zeilen en we konden het beste met vloed en daglicht bij de Cabo da Santa Maria zijn om de rivier delta binnen te varen. De vaargeul is aangegeven met boeien, maar het blijft lastig door de vele ondieptes. Langzaam en heel relaxed zijn we met de wind in de rug en doodtij onder zeil naar binnen gevaren. Gelukkig klopte de detailkaarten goed, gaf de GPS de juiste positie aan en was het hoog water. Ondersteund door de diepte meter zijn we helemaal naar binnen gevaren tot vlak bij Faro. Hier waren we voor anker gegaan en lagen in een mooie rustige omgeving, soms omringd door land dan weer door water. Buitenboordmotor pech. Met de dinky vaarden we naar Faro om daar boodschappen te doen. Helaas stopte de buitenboordmotor er een keer mee en moesten we verder roeien. Terwijl ik trachtte de motor weer op gang te krijgen en Winanda aan het roeien was, kwam er een vissersboot aan varen. In het Portugees vroegen ze (denk ik) of wij een sleep wilde hebben. Wij pakte een lange lijn en ze knikten. Na enkele keren Obrigado gezegd te hebben was het antwoord de nada en wisten we dat het goed was. Intussen waren beiden boten te veel naar het ondiepe gedreven en kwam er een grootte modderstroom achter de vissersboot vandaan toen hij gas gaf. Snel trok hij zijn buitenboord motor een stuk omhoog en langzaam trok hij ons uit de drek. Toen we bij het haventje kwamen en door een smalle doorgang moesten, kwam er een collega met een vissersboot aan racen en vaarde hard mee door de smalle doorgang. De sleper en wij werden beiden door de golven tegen de kant gedrukt en met de peddels hebben we het rubber bootje van ons kunnen redden van de scherpe kanten van de doorgang. Er werd door de vissers naar het hoofd gewezen en ik trok de conclusie dat dit in Portugal ook betekende dat zijn collega gek was. Vriendelijk hebben we ze bedankt en onze dinky aangelegd. Rubberboot bijna gezonken,
motor verzopen.We hebben twee weken in Faro met goed weer voor anker gelegen. Helaas was het geen dertig graden, maar er waren meerdere dagen dat we op het dek in de zon hebben gezeten.. Na eindelijk de hele buitenboordmotor uit elkaar gehaald te hebben, startte en draaide deze goed. Vol goede zin waren we naar Faro gevaren en hadden het bootje daar keurig aangelegd. Lekker koffie gedronken op een terrasje met een beetje internetten en natuurlijk veel boodschappen gedaan. Ook hadden we een nieuwe vouwfiets op de kop getikt voor een mooie prijs. Bepakt en bezakt gingen we naar de haven terug om alles met de dinky naar de boot te vervoeren. Toen ik de dinky in het oog kreeg, zag ik dat het bootje er wel heel eigenaardig bij lag. De voorkant vier boven het water oppervlak uit en de achterkant geheel verdwenen onder hetzelfde wateroppervlak. Achter de achterzijde kon je nog net het afdek zeiltje van de buitenboordmotor zien. Snel, alsof dat nog zin had, ging ik naar het bootje en pakte de pomp eruit. De stop was er geheel uit en de lucht van de achterkamer was geheel terug gegeven aan de atmosfeer. Na het oppompen en het te vol laden van het te kleine bootje, zijn we terug geroeid naar de Free-mind. We kwamen gelukkig geen snelle vissersboten met grootte boeggolven tegen. Door de overbelading is alleen mijn zitvlak nat geworden, maar de spullen zijn veilig aan boord gekomen. Ik heb nog maar een keer de buitenboord motor uit elkaar gehaald en de carburateur schoon gemaakt. Na deze routine klus startte hij gelukkig weer. Om de volgende keer een verzopen motor te voorkomen, heeft de buitenboordmotor als wij op de kade zijn een grootte gele reddingsboei om. Anker aan het krabben? 15,16 n 17 februari hebben we harde wind gehad in Faro. Na de eerste dag dachten we dat het anker aan het krabben was en zijn het op gaan halen. Het anker zat vast, maar we lagen zo dicht bij lager wal dat we besloten hebben anker op te gaan. Even verderop lag een Frans zeiljacht en toen we zijn kant uit vaarden kwam de fransman net uit de kajuit. In de buurt van zijn schip lag een vrije ankerboei, waaraan je meestal niet mag aanleggen, omdat deze voor privé gebruik zijn neergelegd. Stoutmoedig vroeg ik de franse meneer of de boei vrij was. Hij zei dat wij er gerust aan konden gaan liggen en stak zijn duim op. Ik vroeg nog even of de boei sterk genoeg verankerd was en ook daar was een opgestoken duim het antwoord, want in het Engels converseren doen de Fransen niet graag. Een paar dagen
storm.We hadden de Free-mind vastgeknoopt aan de boei en voor de zekerheid het anker alarm aan gezet. De volgende dag ging het het hard waaien met windstoten van 35 tot 40 knopen en dat heeft 24 uur geduurd. Een andere boot die ook aan een ankerboei lag, zagen we richting lager wal varen. Dat varen was niet helemaal in de haak, want de eigenaar hadden we nog nooit gezien. Het spookschip wierp zich op de lager wal en schoof met zijn gehele buik over de modder Langzaam ging het schip op zijn zij liggen toen het eb werd. We hebben de maritieme politie gebeld en deze op de hoogte gebracht van deze onbedoelde droogligger. 'S nachts toen het vloed was, is de eigenaar met versterking gekomen om de zeiljacht weer vlot te trekken. De ankerboei waar wij aan lagen bleek sterk genoeg en daar zijn we blijven liggen tot we naar Vilamoura zijn gezeild. Mooi weer zeilen. Op 22 februari zijn we vertrokken van Faro en naar Vilamoura gezeild. Het was een gemakkelijke zeiltocht met mooi weer. We hadden wel tegen wind, maar als je de ruimte hebt hoef je maar een paar keer overstag. Vilamoura is heel toeristisch en dat hadden we van dit plaatsje niet verwacht. De prijzen zijn hier bijna Nederlands. Er liepen veel oudere toeristen die hier kwamen overwinteren. In de haven liggen veel dure schepen met rijke eigenaren die de prijzen doen stijgen. We hebben hier wel een redelijk goedkoop zonnepaneel gekocht en dit op het dak van de Free-mind gebouwd. De boodschappen doen we iets verder in het dorp, waar de prijzen weer normaal zijn voor Portugal. Meestal dronken we daar gelijk koffie en dat koste slechts tachtig Eurocent. Eindelijk weer iets geschreven. Na Vilamoura had ik een tijd geen stukjes geplaatst. Er was vaak geen internet en soms kwam het er gewoon niet van. In Nazaré aangekomen heb ik maar weer wat geschreven. Vanaf Vilamoura zijn we met de Free-mind naar Lagos gezeild. Hier hebben eerst buitengaats voor anker gelegen. Omdat Lagos een dure haven was, zijn we daar snel weer vertrokken. Winanda moest deze maand naar huis, daarom probeerden we bij Lissabon in de buurt te komen, alwaar zij het vliegtuig naar huis zou nemen. De volgende plaats waar we zijn heen gezeild is Setubal. We zijn vertrokken met veel wind en een flinke deining. Gelukkig werkte de zeeziek pillen die Winanda genomen had goed en werd ze niet ziek. Nadat we bij Cobo de Saao Vicente de hoek om waren konden we bijna voor de wind zeilen. We bereikten Setubal na vierentwintig uur zeilen. Bij Setubal ligt een vrij groot havengebied met een kleine jachthaven. In deze haven hebben we tien dagen gelegen. Het laatste weekend hadden we een auto gehuurd en zijn door de binnenlanden van Portugal gecrost. Veel kastelen gezien en nog veel meer kurkbomen. Na drie dagen genoten te hebben van de rust, natuur en cultuur, zijn we weer naar de Free-mind gereden. Winanda gaat naar huis. De volgende dag heb ik Winanda met de gehuurde auto naar het vliegveld gebracht. Dit was best een emotioneel moment. We waren bijna een half jaar onderweg. Binnen drie uur zou zij in Nederland zijn. Ik moet nog minstens duizend nautische mijlen zeilen. Alleen verder zeilen was op dat moment een onwerkelijk idee. Ook wel spannend om voor het eerst alleen met de Free-mind te zeilen. Alleen verder en anker vast in Cedeira. Op 16 maart ben ik vertrokken naar Cascais. Alles ging goed alleen de wind was tegen. Het alleen zeilen is wel eenzaam, maar je hebt je handen vol. Bij Cascais ben ik voor anker gegaan. Voor anker gaan vind ik geen probleem alleen en makkelijker dan aanleggen aan een vinger steiger. Vanaf Cascais voerde de tocht naar Peniche. Jammer genoeg, maar zoals voorspeld, had ik weer de wind tegen. Ik wilde het anker binnen halen en draaide driftig aan de lier. Dat ging prima totdat ik de lengte van de diepte in moest halen. Het anker zat muurvast. Langzaam en behoedzaam ging ik verder. Op een gegeven moment begon er iets te kraken en ik weet nog steeds niet wat. Ik keek om me heen en merkte op dat de boeg wel erg diep lag. Ik stond op en liep voorzichtig naar de achterkant van het schip. Het anker kwam iets los en de boeg steeg een beetje. Is liep terug naar de ankerlier en hees het anker verder omhoog. Er moes wel een olifant verdronken zijn zo zwaar bleef het gaan. Eindelijk na veel zweet van de inspanning, zag ik mijn anker. Over het anker lag een staalkabel zo dik als een kippenei maatje drie. Het koste mij veel moeite om de roestige kabel van het anker af te krijgen. Waarschijnlijk was er een hijskraan gezonken waarvan ik de kabel van te pakken had. Zeil wisselen. Er stond veel wind tijdens de tocht naar Peniche, maar ik hield alles onder controle. De Free-mind liep goed en ik was een bak koffie gaan zetten. Toen ik weer op het dek kwam bleek de genua weer gescheurd te zijn. Dit kwam door de oudheid van de genua twee. De wind was stevig met vijfentwintig tot dertig knopen, maar dat moest het zeil kunnen hebben. Tijdens het afhalen van de genua vond een golf het leuk om de Free-mind hoog op te tillen en vervolgens naar beneden te laten vallen. Ze zeggen dat je kunt tellen en één van de vier weer groot is. Ik kan je verzekeren dat er niets van klopt of ik was de tel kwijt geraakt en daarna bijna uitgeteld. Gelukkig was ik met een navelstreng van dik touw aan de Free-mind verbonden. Na even los van het dek geweest te zijn, kwam ik weer op mijn benen terecht en wist ik mijn evenwicht te hervinden. Elke hoge golf kwam over de boeg en ik was inmiddels tot mijn kruis doorweekt met het koude zilte nat. Na een worsteling met de genua ben ik erin geslaagd het oude vod eraf te trekken en op te bergen. Rustig heb ik het schip weer op koers gezet en ben de kajuit ingegaan. In de kajuit heb ik mij helemaal uitgekleed een bak met koud zoet water gevuld en mezelf gewassen. Even de webcam uitgezet natuurlijk, voor je het weet word je opgepakt voor onzedelijk gedrag. Na de wasbeurt ben ik met alleen het grootzeil, naar Peniche gezeild en heb het schip om tien uur voor anker gelegd. De volgende ochtend rustig de boel weer in orde gemaakt en het Werk-fok erop gezet. Tijdens mijn werkzaamheden zag ik een touw in het water drijven. Dit touw bleef op dezelfde plaats. Er moest dus iets aan zitten was mijn conclusie. Met de pikhaak trok ik het
touw naar mij toe en haalde het naar binnen. Langzaam haalde ik
het acht meter touw naar boven. Aan het einde van het lijntje zat
een zelfgemaakt anker. Het was te groot om mee te nemen en de
Free-mind lag toch al te diep. Ik heb er een water fles
aangebonden en het ding weer overboord gegooid. Wist ik in ieder
geval waar dat draadje lag als ik weg ging varen.'s avonds is er
nog politie geweest, die zeiden dat ik binnen in de haven moest
liggen. Het was al donker en toen ik zei dat ik de volgende dag
weg ging, mocht ik tot de volgende ochtend blijven liggen.
Aardige jongens die Portugese politie. Ik heb ze nog verteld van
het anker en de waterfles, maar daar hadden ze weinig
belangstelling voor.Fiets kwijt in Nazaré. De volgende dag ben ik vertrokken naar Nazaré. De wind kwam weer uit het Noorden en ik moest weer fijn laveren. De Free-mind loopt wel lekker aan de wind en vaart nog redelijk snel. Ik stuur altijd een sms naar Winanda en mijn broer om te laten weten hoe het verloopt. Winanda kon het niet goed begrijpen dat ik verder ging met deze vervelende wind uit het Noorden. Bij maan opkomst, wat een fantastisch gezicht was, ben ik binnen gelopen bij Nazaré. Later hoorde ik dat het een bijzondere maan was die er groter uitzag dan normaal. Het was ongeveer half tien toen ik binnen lag. Ik heb me snel gemeld bij de bewaking en de sleutel gehaald om te douchen. Daarna ben ik nog even een biertje gaan drinken in Nazaré. Helaas is daar ook onze vouwfiets gejat en even voelde ik me weer thuis. De volgende dag ben ik aangifte gaan doen bij de politie. Een vriendelijke agent die alle tijd voor mij nam schreef een heel rapport. Als mijn fiets gevonden werd, zou hij opgestuurd worden naar Nederland. Even dacht ik dat hij een grapje maakte, maar hij was bloedserieus. Morgen ga ik verder varen en hoop ik in Aveiro, Porto of zelfs in Isla Del Faro (Spanje) te komen. Werk-fok gescheurd. De volgende haven waar ik ben beland is Leixões dicht bij Porto. Op 22 maart ben ik uit Nazaré vertrokken. Ik begon met veel wind, wat niet was voorspeld door de Grip-files. Gelukkig had ik het Werk-fok erop staan en die kon wel wat wind hebben. Na vier uur harde wind was het plotseling ter hoogte van Figueira da Foz, gedaan met de wind. In deze plaats hebben Winanda en ik op de heenreis gelegen net voor kerst, Met een wind van 5 a 8 knopen heb ik de Werk-fok gewisseld voor genua één. Dit is een hele klus alleen, maar ging eigenlijk wel soepel. Met deze genua die groter is ging het sneller. Wat wel een tegenvaller was, dat bij het opvouwen van de Werk-fok bleek, dat deze zijn achterlijk gescheurd had. Mijn plan werd hierdoor veranderd. Mijn plan werd om eerst naar Aviero te zeilen en daar een korte rust te nemen. Vandaar zou ik door zeilen naar Leixões. In Leixões was een zeilmaker volgens de Reeds die mijn werk-fok kon repareren. Even naar binnen bij Aveiro. Bij Aveiro was ik moe en wel toe aan een slaapje. De hele tijd werken en wakker blijven door de wisselvallige is vermoeiend. Ik miste regelmatig een windvaan stuurinrichting. Ik heb de Free-mind op koers gezet naar de havenmond. Even naar de lichtjes zoeken het rode bakboord houden en de groene stuurboord en naar binnen varen, een makkie dus. Helaas was het erg druk op dat moment met uitgaande vissers-schepen en in en uitgaande vrachtschepen. Mijn A. I. S. alarm hield niet meer op met mij te irriteren. Ik moest steeds naar beneden om te kijken waar het monster vandaan kwam. Ik heb aan de Port control op 16 VHF gevraagd of ik naar binnen kon en mocht varen. Geen probleem was het geruststellende antwoord, ik kon in het eerste haventje aan bakboord voor anker gaan en of ik wilde melden wanneer ik weer vertrok. Hij zei er wel even bij, dat er wat schepen mijn kant op kwamen. Deze opmerking was volstrekt overbodig, ik was al aan het laveren tussen de op mij af komende scheepvaart door. Uiteindelijk heb ik goed stuurboord vaarwater gehouden en ben gewoon naar binnen gesneld. Motor aan en stroom mee, dat liep zomaar acht knopen met de motor bijna stationair. Reeds had het weer goed het stroomde als een gek, maar gelukkig wel de goed kant op na het lage water. Anker los. Ik ben voor anker gegaan in het haventje aan bakboord waar een paar kleine bootjes lagen en heel veel anker bollen. Toch maar het anker uit gegooid want deze kleine anker-bollen vertrouwde ik niet. Het anker hield goed volgens mij. Daarna heb ik nog even met de motor achteruit geslagen om het te checken en het anker alarm aangezet. Snel opruimen iets eten en gaan slapen. Na minder dan vier uur slapen hoorde ik een verontrustend geluid, piep piep piep, deed het anker alarm. Er ging van alles door mijn hoofd, lag ik al op de kant of tegen een boot aan? Snel rende ik naar boven in mijn T-shirt en slip en slipte ik bijna onderuit. Gelukkig wist mij net vast te grijpen aan de trap met antislip. Geen paniek dacht ik, op lager wal is niet zo erg ha ha. Ik kwam op het dek en er vielen me twee dingen op, een bootje waar ik bijna tegenaan lag en dat het steenkoud was. Snel heb ik de motor gestart en op standje één vooruit gezet. Nu het ankerop, dacht ik. Toen ik het anker boven water had gehesen, hing er een groot visnet aan. Misschien door het deinzen los geraakt dacht ik. Snel een groot slagersmes gehaald en de boel los gesneden. Nogmaals voor anker. Verderop heb ik het anker weer uitgegooid, maar deze keer hield het gelijk al niet. Vervelend om het anker weer omhoog te halen. Deze keer had ik weer een goede vangst, een scheepstros zo dik als de arm van Jean Claude Van Damme kompleet om mijn anker gedraaid. Mijn eerste poging was het mes wat er nog lag te gebruiken. Dit was geen succes, het was te dik en om de tros zaten minstens dertig maaltijden mosselen als beschermende laag. Ik wilde net de bijl gaan halen, toen er een bootje aan kwam varen met natuurlijk vissers. Ze keken me vreemd aan en wezen naar het anker. Het moet een raar gezicht zijn geweest, een blonde langharige bebaarde man in T-shirt en slip met een groot slagersmes in zijn handen. Ze legde het bootje kundig voor mijn boeg en klaarde het klusje. Ik heb nog gevraagd of hij mijn handschoenen wilden lenen, maar dat was niet nodig gebaarden ze. Één visser greep de tros met beide handen beet en wrikte hem met geweld los. Gelijk vaarde ze weer weg, misschien wel omdat ik in mijn slip liep ha ha. Toen ik ze bedankte, zag ik dat bij die ene visser zijn handen bebloed waren. Even verderop gingen ze aan het werk om hun netten binnen te halen. Zout heelt de wonden dacht ik. Het schoot ook nog door mij heen dat ik misschien hun net een half uur geleden had doorgesneden (oeps). Te snel weer verder. Ik heb gelijk port control opgeroepen en gezegd dat ik Aveiro weer ging verlaten. Ze hebben me niet gevraagd of ik uitgeslapen was en mij toestemming gegeven. Ik moest nog een kleine dertig mijl varen naar Leixões wat voor mij een eitje was. Stuur automaat erop, Zeilen hijsen, spullen pakken en aankleden. Het weer en ook de wind waren niet veranderd. Dit betekende weer wakker blijven en werken. Ik moest en heb het volgehouden tot Leixões. Daar ben ik met stevige wind naar binnen gezeild in een keer naar binnen bij de marina. Snel heb ik het tuig eraf gehaald en daarna gelijk een douche gaan nemen. Terug bij de boot heb ik een simpele snelle maaltijd klaargemaakt en opgegeten, de boot in orde gebracht en daarna ben ik lekker gaan slapen. Het valt soms niet mee om matroos, kok, kapitein, navigator, wasbaas, stuurman, machinist, poetser en WTK te zijn en daarbij jezelf moet aflossen. Gelukkig heb ik een stuurautomaat waar ik af en toe op kan schelden als hij weer is uit het roer loopt door de wisselende of te harde wind. Ik ben stiekem wel van de zee gaan houden en heb weer heel veel dolfijnen gezien. Ik zeilde toen meer dan zeven knopen en dat vonden zij geweldig en ik ook. Één april ha ha, In Leixões kwam ik het Belgische stel weer tegen. Ze lagen net buiten de marina in de deining. Er werd door de politie bij Peniche aan de Belgen gevraagd of ze van buiten de haven kwamen. Ze begrepen er niets van. Toen ik ze het verhaal vertelde dat de politie bij mij was geweest, werd het hun duidelijk. In Leixões moest ik een zeil laten maken. De man die bij de marina werkte zou een taxi bellen die mij daarheen zou brengen. Manuel was de naam van de taxichauffeur van twee mogelijkheden, of hij reed knal hard of hij reed heel langzaam. In ieder geval bracht hij me keurig bij Antonio Pires de Lima, de zeilmaker. Deze had een hele grote hal waar zes meisjes zeilen aan het maken waren. Antonio had het eg druk en wist niet of hij tijd had om snel mijn zeil te maken. Geen probleem zei ik als het morgen niet klaar is neem ik het zo wel weer mee. Manuel scheurde mij weer terug en rekende 16 Euro. Heen lopen en met de bus terug. De volgende middag, vrijdag 25 maart ben ik naar de zeilmaker gelopen. Het zeil was klaar, dus wandelde ik met een grootte zak op mijn rug naar de bushalte. Daar heb ik aan een jongeman gevraagd of er ook een bus naar Leixões ging. Deze wees mij de halte en even later kwam er een inderdaad een bus. Ik vroeg de buschauffeur in het Engels of hij ook naar Leixoes bij de marina Porto Atlantic kwam. Hij keek mij onnozel aan en ik begreep dat ik het zelf moest uitzoeken. Vriendelijk vroeg ik om een kaartje. Hij hief zijn handen en keek weer onnozel wat volgens mij betekende, waarheen? Doe maar Leixões marina zei ik lachend. Hij sprak iets wat ik niet verstond en ik knikte ja. Hij pakte een kaartje en wees op de prijs. Één euro tachtig was de prijs, ik betaalde en nam plaats in de moderne bus. Achter mij zat een jongedame met in elk oor een dop. Ik keek haar aan en vroeg of ze Engels sprak. Ze haalde de doppen uit haar oren en vroeg in vloeiend Engels, wat ik zei. Ah een lot uit de loterij dacht ik. Ken jij de marina in Leixões, zei ik. Mijn uitspraak van Leixões leek nergens op en ze zei iets wat er totaal niet op leek. Een lift met een lesauto. Ik moest gelijk met haar uitstappen, zei ze. Prima, dan kan je nu weer naar je muziek luisteren zei ik. Ze gehoorzaamde braaf en stak de doppen weer in haar oren. Na een te lange tijd rijden stond het doppen-meisje op en gebaarde dat we moesten uitstappen. Foute boel dacht ik en stapte keurig mee de bus uit. Het doppen-meisje stelde zich voor als Jessica de naam van mijn dochter. Ik moest met haar een stuk meelopen en vervolgens liep zij naar een oudere man en vroeg waar de marina Atlantic was in het Portugees? Na het antwoord van deze oude lokale, werd ze rood en keek mij schaamtevol aan. Fuck zei ik vriendelijk. Ze verontschuldigde zich en zei dat ze het wel heel verkeerd had. Ik moest aan de andere kant van de haven zijn. Ze had mij tijdens het lopen verteld dat ze rijles kreeg en ik vroeg haar hoe laat dat was. Over een half uur zei ze. Mooi dan breng je met de rijles toch naar de marina. Dat vond ze een geweldig idee en ik liep weer met haar mee. Ze zou tegen de rijinstructeur zeggen dat ik een bekende van haar ouders was. Haar rijinstructeur vond het prima en zo werd ik keurig naar de marina gebracht. Toen ik uitstapte zei ik bedankt en doe de groeten aan je ouders tegen Jessica. Even naar Cedeira zeilen. Vanaf Leixões met gerepareerd zeil, ben ik naar het eiland Islas Cies gezeild. Het ankeren was wel lastig in het donker vlak bij een eiland, maar alles ging naar wens en ik heb daar de nacht kosteloos doorgebracht. De volgende dag zou ik naar Kaap Finisterre Zeilen. Het weer was veel slechter dan voorspeld met harde wind en buien. Ik heb toen besloten om naar de marina Beluso bij het plaatsje Bueu gegaan. Hier waren we op de heenreis ook geweest en dat was goed bevallen. De avond voor vertrek, stond er iemand naar mijn schip te kijken. Op woensdag 30 maart ben ik vertrokken naar Cedeira met een stop en overnachting op anker bij Muxia. Het ging allemaal vlot totdat ik bij de Kaap Finisterre langs vaarde. Ik wist dat je bij de kust minder stroming tegen had, maar wel meer kans had op het vast geraken in een visnet. Het voor mij waarschijnlijk onvermijdelijke gebeurde. Opeens werd de Free-mind afgeremd en stond een paar seconden later stil. Dit terwijl de wind op dat moment van achter inkwam met ongeveer 20 knopen. Vast in een visnet. Ik keek achter de boot en zag een meter onder water een groot net hangen. Inmiddels sloegen de golven over de achterkant en was de Free-mind niet blij met deze houding. Ik ben weer mijn altijd vlijmscherpe mes gaan halen, heb mijn live line omgedaan en ben op de achterkant gaan staan. Bij de eerste de beste golf was ik doorweekt en kreeg het gelijk koud. Ik moest zo ver strekken dat ik me bijna niet vast kon houden. Met een haal met het mes was de Free-mind van zijn last verlost en schoot vooruit. Ik viel half overboord en werd door mijn live line gered. Snel als een verzopen kater klom ik aan boord en zag tot mijn grote schrik dat ik slechts aan een elastiekje had gehangen. De klem van de live line was op de een of andere manier uit de ring geschoten en gelukkig in het elastiekje terecht gekomen. Nog een keer het water in. Na deze klus keerde ik terug naar de kuip, maar had er nog geen goed gevoel over. Ik trok droge kleren aan en ging bij de motor kijken of de schroefas vrij was. De schroefas was geblokkeerd, er moest dus iets tussen zitten. Omdat ik wist dat het na een paar uur donker zou worden ben ik bij de kaap Finisterre naar binnen gezeild. Daar heb ik mijn zwembroek aangetrokken en heb ik de boot voor anker gelegd. Omdat dit op de rotsgrond was, hield het anker slecht en hoorde ik hem over de rotsen krabben. Ik berekende de tijd die ik had en dacht het wel te halen voordat ik op lager wal geraakte. Het was toch te koud om een uurtje in het water te blijven spartelen. Snel dook ik onder water en zag dat er een boei klem zat tussen de schroef. Ik heb deze eruit geworsteld en moest naar adem happen toen ik boven water kwam. Begeleid door het geluid van het slepende anker ben ik de boot ingeklommen. Snel heb ik een oude jas aangetrokken en ben het anker op gaan halen. Daarna heb ik de Free-mind weer op koers gezet, me afgespoeld met zoet koud water en ben ik een hete kop thee gaan zetten. Na deze nieuwe ervaring van het zeilen, ben ik zonder incidenten naar Muxia gezeild, daar met de Free-mind voor anker gegaan en gaan eten en slapen. De volgende dag heb ik een prima zeil dag naar Cedeira gehad, alwaar ik voor de verandering 's nachts 31 maart naar binnen ben gevaren, omdat ik het laatste stuk weer te maken kreeg met heel weinig wind. Weer leuk in Cedeira. In Cedeira had ik, net als de vorige keer, een goed verblijf. Het zijn daar aardige mensen die je graag helpen als het kan. Zo vroeg ik bij een visser, die zijn auto aan het poetsen was of ik een paar flessen mocht vullen met water. De man sprak geen woord Engels, maar was snel van begrip. Voordat ik het wist stond de goede man mijn flessen te vullen en vertelde mij enthousiast iets wat ik niet begreep. Hij pakte een paar van zijn eigen flessen en vroeg of ik meer nodig had. Nee, zei ik en bedankte hem vriendelijk. Toen begon hij weer enthousiast te zwaaien en wenkte dat ik mee moest lopen. Gedwee na zoveel vriendelijkheid en nieuwsgierig wat hij nu eigenlijk bedoelde, volgde ik hem op de voet. We liepen een trap op en daar wees hij naar een heuse doucheruimte. Ik mocht gebruik maken van zijn doucheruimte! Dit was erg vriendelijk en precies wat ik nodig had. Zou hij het geroken hebben? Ik roeide met de dinky snel naar de Free-mind en even snel weer terug met een lege jerrycan, een handdoek, een stuk zeep en shampoo. De man was er nog, trok de waterflessen uit mijn handen, ging ze vullen en gebaarde dat ik kon gaan douchen. Bij het weggaan bedankte ik waarop het antwoord was, het is niets en kom zo vaak als je wilt. Een Deens zeiljacht. Dezelfde de dag kwam er zowaar een Deens zeiljacht binnen varen in Cedeira, die op een meter of tweehonderd afstand voor anker ging. Ik zei de Denen vriendelijk gedag en ging verder met de dingen van de dag. Een half uur later werd er op mijn schip geklopt. Ik ging op dek kijken wie er aan zij lag. Een wel heel vriendelijke man in een dinky zei mij in keurig Engels goedendag. Everything ok, vroeg ik in mijn steenkolen Engels. Yes, zei hij vriendelijk. Ik vroeg of hij aan boord wilde komen. Eigenlijk had hij wel een probleem vertrouwde hij mij toe. Zijn anker zat muurvast en hij vroeg of ik hem kon en wilde helpen. Natuurlijk, zei ik, even me lunch opeten en dan kom ik in mijn dinky naar je toe. Heel aardig, zei de vriendelijke man en ging terug naar zijn boot. Even mijn laatste boterham erin proppen, mijn zwembroek aantrekken onder mijn tenue en op naar het volgende anker probleem. Een Deens anker vast. Daar aangekomen bleek het een Deens stel te zijn, iets ouder dan ik. Eerst maar is flink aan het anker trekken. Dit was hopeloos het anker zat muurvast. De elektrische lier wist er ook geen raad mee. Hierna met de dinky een lijn laten zakken en geprobeerd het anker contra weg te trekken, maar ook dit was geen succes. Dan moet er iemand het water in zei ik vrolijk en wist dat ik de gelukkige was. Het was een meter of zes volgens de plotter en dat moet te doen zijn zonde duikuitrusting. Gelukkig was het anker al hoger getrokken en zal het vier diep zijn geweest. Met de duikbril op en een short duikpak aan van de Deense kapitein, zag ik dat het anker aan een groot scheep-ketting vast zat. We moesten een lijn onder deze van de Titanic afkomstig zijnde ketting leggen, de ketting omhoog trekken en het anker lossen. Gelukkig had ik net mijn medicijnen ingenomen tegen een voorhoofdsholte (Sinus-frontale) ontsteking. Mijn duik-instructeur heeft mij dertig jaar geleden nog zo gezegd, ga niet duiken met verkoudheid e.d., want het klaren van de oren zal dan niet of moeilijk lukken. Zo geleerd anders gedaan ben ik naar beneden gezwommen en heb met force de oren geklaard. Je kan die mensen niet aan hun lot overlaten. Gelukkig kon ik de oren klaren, hoe het met mijn Sinus-frontale was wist ik niet. Snel heb ik een lijn onder de ketting doorgetrokken en ben ik weer naar het water oppervlakte gegaan. We hebben de lijn aangespannen en wilde het anker lossen. Het anker wilde eerst niet lossen want het werd hardnekkig door de lijn aan mijn dinky omhoog gehouden. Even vergeten dat deze nog vast zat. Na het lossen van deze lijn kwam het anker los en konden we het binnen halen. Ze hadden een warme douche die ik mocht gebruiken en eisten dat ik 's avonds mee zou eten. Op de koop toe kreeg ik van Sten een duikerpak aangeboden. No, zei ik driemaal en that is to much. Ook hier was er geen discussie mogelijk en het werd mij en den handen gedrukt. Gezellig dinertje. 's Avonds ging ik vergezeld met een fles wijn en een goed humeur in mijn rubber bootje naar een etentje bij de Denen. Het was een gezellige avond. We kregen van de kapitein die nu de kok was, pasta met asperges voorgeschoteld. Deze cominatie had ik nog nooit gegeten, maar smaakte prima. Rosemarie vertelde dat ze werkte bij een busbedrijf als planner en Stan was professor archeologie. Just like Indiana Jones dacht ik, alleen onze avonturen zijn echt. Ik heb het gevoel dat ik er weer twee vrienden bij heb. Sten en Rosemarie zijn twee hartelijke open mensen die ik graag nog eens wil bezoeken in Kopenhagen. Misschien dat ik deze zomer een keer tijd heb om erheen te zeilen. Sten en Rosemarie, I hope you have a good sealing. I will look on your site where you are. All the best , Ronald. De golf van Biskaje over steken. De volgende dag 5 april zijn Sten en Rosemarie vertrokken naar Coruña en ik voor een zeiltocht over de Golf van Biskaje. Ik heb momenten veel wind gehad maar ook veel momenten van windstilte. Op 8 april kwam ik oververmoeid in de nacht aan in Camaret. Ik heb Free-mind aan de steiger gelegd en ben voor dood in slaap gevallen. Een rijke jongen. In Camaret heb ik weer de voorraden aangevuld en wat dingen op de boot in orde gemaakt. Michael was er niet, die was met een vriend een tijdje naar Brest om daar de bloemetjes buiten te zetten. Wel jammer want ik had graag een biertje met hem willen drinken. Na een paar dagen aan de steiger gelegen te hebben, kwam er een nieuw, groot en modern zeiljacht aanmeren. Ik zei ze vriendelijk gedag en vroeg of ik een lijntje op moest vangen. Dit was niet nodig zeiden ze. Het was een Engels zeiljacht wat er erg modern uitzag. Later bleek dat het schip inderdaad net nieuw was en van een jongeman van een jaar of vijfendertig. Hij had twee vrienden bij zich en een ingehuurde kapitein. Zeilen en varen kon de eigenaar niet dat werd hem geleerd door de ingehuurde kapitein. Ze waren op weg naar de Middellandse zee. 'S avonds ben ik met de hele bemanning naar een café gegaan om een biertje te drinken en internet te gebruiken. Het was in het begin gezellig, maar ze lieten zich vol lopen met allerlei drankjes door elkaar en waren al snel de weg kwijt. Vroeg in de avond heb ik mij van hen los gemaakt en ben in een café gebleven om te internetten. Ze zijn nog lang wezen boemelen en dat was de volgende ochtend goed aan ze te zien. Naar Engeland, maar niet
echt.Op 13 april 2011 ben ik naar Alderney gevaren. De start was goed en ik zeilde met meer dan tien knopen door de smalle doorgang bij Le Conquet. Dichtbij langs de Roches bij Portsall en linea recta naar Alderney. Helaas nam het laatste stuk de wind weer sterk af en heb ik over het laatste stuk weer lang gedaan. In de middag een uur of vier lag ik aan een ankerboei in de haven van Alderney. De volgende dag een flink eind gelopen het hele eiland rond. Gelukkig was het een klein eiland. Ik ben nog een paar dagen gebleven om rond te kijken. Je voelt je echt in een klein stukje Engeland. Ook de auto's rijden er links. Een klein stukje en gelijk weer verder. Op 17 april ben ik van Alderney naar Cherbourg gezeild. De wind was goed en de stroming ook. Ik haalde af en toe 12 knopen en was snel in Cherbourg. Cherbourg had ik al gezien en daar ben ik de volgende dag op 18 april weer vertrokken. Toen ik 's morgens om half zes de haven uit vaarde, zat er een grootte catamaran achter mij. Het eerste stuk was smal en ik vaarde langzaam omdat ik nog lijnen moest opruimen en stoot-willen binnen moest halen. Daar waren de heren niet van gediend en ik hoorde ze iets roepen. Ze waren met vier man en ik wist meteen dat ze dezelfde kant opgingen als ik. Rustig dobberde ik verder tot ik klaar was met mijn klus. Daarna heb ik de zeilen gehesen en ben op gang gekomen. Al snel liep ik 10 to 12 knopen door wind en stroming. De catamaran draaide met de motor volle toeren om mij voorbij te komen. Zeilen hijsen had voor hen geen zin want ik zeilde redelijk scherp aan de wind en de meeste catamarans kunnen dat niet. Ziet hij me of ziet hij me niet?. Het was een zware tocht naar Dieppe waar ik de volgende dag om 7:30 uur binnen liep. De stroming hielp erg maar na een uur of zeven werkte hij ook erg tegen. Ik werd opzij gezet richting Le Havre en moest bij het kerende tij een stuk terug zeilen. Er kwam een grote tanker aan met een vlag uit Luxemburg. Deze kruiste precies mijn koers en één van ons tweeën moest uitwijken om een aanvaring te voorkomen. Volgens de regels van de zeevaart moest de tanker uitwijken. Dan rijst de vraag, heeft hij de Free-mind gezien? Het was even billen knijpen, totdat hij twee keer toeterde. Dit betekende dat hij bakboord uit ging en hij wilde dus voor mij langs. Ik ben iets in gaan houden voor de zekerheid en het schip raasde met 15 knopen net voor mijn boeg langs. De bemanning stond vrolijk te zwaaien toen ik aan het deinen was op de boeggolven van het schip. De stuurman bleef mij lange tijd observeren met zijn verrekijker. Dit was waarschijnlijk omdat de vlag van Nederland dezelfde kleuren heeft als Luxemburg en hij wilde weten waar ik vandaan kwam. Hij had beter op zijn A. I. S. kunnen kijken. Biertje? In de ochtend om half acht kwam ik in Dieppe aan. In Dieppe heb ik een time out genomen van vijf dagen. Het was een leuke gezellige stad, met minder gezellige prijzen. Ik ben een keer een pizza gaan eten in een klein restaurant en kwam in gesprek met twee jongens. Ze vertelde mij dat het moeilijk was om aan werk te komen en de uitkering minimaal was in Frankrijk. Na het gesprek bestelde ik een biertje voor ze en hoopte voor ze dat ze snel een baantje zouden vinden. Toen ik weg ging werd ik overladen met bedankjes. Even checken. Op een ochtend liepen er vier mannen van de douane op de steiger. Ik wist bijna zeker dat er niet verkeerds te vinden is op of in de Free-mind, maar een grondige controle is geen pretje. Naast mij was die ochtend een ander Nederlands zeiljacht komen te liggen met een man en vrouw aan boord. Ze hadden mij nog geen blik waardig gevonden en dat vond ik prima. De mannen van de douane echter, vonden hun schip waarschijnlijk wel een blik waardig. Eerst werd er gevraagd om de papieren en daarna werd het schip doorzocht. Na ongeveer drie kwartier waren ze klaar met het klusje en wilden ze terug lopen naar de kade. Ik stond op het dek en hoorde tot mijn grootte verbazing de vrouw van het schip vragen waarom ze mij niet controleerde. Een van de douane mannen zei haar in correct Engels dat ik OK was. Ze sputterde nog wat , maar de heren liepen na mij vriendelijk gegroet te hebben weg. Ik keek de vrouw aan en zei niets. Aan haar Blik kon ik zien dat ik verder weinig of geen contact met deze zou mensen hebben. Na deze korte stop, ben ik op 24 april vertrokken naar Boulogne. Dit was een tocht van iets meer dan vijftig mijl en moest in 12 uur te doen zijn. Helaas zat het gelijk tegen, ik had wel de stroom mee maar er was geen wind. Het was weer anders dan de voorspelde weersverwachting. Uiteindelijk kwam er wel wind en heb ik er zeventien uur over gedaan, omdat ik het laatste stuk de stroming tegen had, deed ik daar lang over. Naar Calais. Een dag later op 26 april ben ik vertrokken naar Calais. Dit was maar 20 Nm en heb ik gedaan in vijf uurtjes. Er stond een stevige wind van dertig knopen die ik min of meer tegen had en er waren flinke golven. Met een paar keer laveren kon ik de hoek om zeilen en met een rechte lijn naar binnen varen. Bij het binnen varen werd ik in de mangel genomen door twee ferry's. Ik vaarde aan de stuurboordzijde van het vaarwater, maar de Ferry die van achteren opliep presteerde het om mij aan stuurboordzijde in te halen. Van de tegenovergestelde richting kwam een andere ferry aan en deze passeerde mij aan bakboord zijde. Het was een indrukwekkend moment, tussen die twee schepen liggen klotsen. In calais heb ik ook weer mensen ontmoet. Deze waren op weg naar Engeland. Ze vaarden met een les-boot waar je voor een stevig bedrag een aantal dagen mee kon varen om het zeezeilen te leren. Het waren aardige mensen en ook de kapitein was niet verkeerd. We hebben samen een biertje gedronken in de kantine en zijn op tijd naar bed gegaan. De volgende dag is het leer-schip vertrokken. Van Calais naar Breskens op 28 mei 2011 Dit was het deel wat ik niet snel zou vergeten. Het weer was niet zo best en er stond een harde wind. De zee was hoog en het schip sloeg hevig op de golven. Weer waren er twee ferry's die mij in de mangel wilden nemen, maar waar ik heen ging, was voor hun te ondiep. Uit de haven van Calais kan je recht naar buiten door een ondiepte waar je goed moet navigeren of eerst een stuk naar het zuid westen varen om er omheen te gaan. Ik ging de kortste weg, door de ondiepte en de koerste recht de haven uit. De golven sloegen over het schip en het zeewater liep door het luik naar binnen. Plotseling sloegen alle meters op het dek uit. Ik dacht dat er kortsluiting was door het over het dek gestroomde water. Ik had geen diepte meter, wind meter en de AP, waar mijn koers in stond was ook uitgevallen. Moest ik terug keren of door zeilen? Snel haalde ik het nodige gereedschap en zette de computer aan. Hierop had ik ook nog een navigatie met gps voor noodgevallen. Ik zat al in het ondiepe gedeelte maar voelde het schip nog niet over de grond gaan. Onder spanning repareren. Ik heb de kap met de instrumenten open geschroefd en tegelijkertijd het schip aan het zeilen gehouden en de navigatie gecontroleerd. Koortsachtig ben ik op zoek gegaan naar het euvel. Na een tijd zoeken heb ik een losse draad ontdekt en ben deze gaan repareren. Toen het klusje geklaard was werkte alles weer en was ik zo misselijk als een hond. Ik ben boven gebleven totdat ik mij beter voelde. Toen ik naar beneden ging stond er water in het schip. Geen paniek dacht ik, het zal wel van de golven zijn die via het luik naar binnen waren gekomen. Ik heb de bildge pomp aangezet en ben de rest weg gaan hozen. Weer water maken, maar niet om te drinken. Na een tijdje hozen werd de boot iets droger en moest ik overstag om koers te zetten naar Nederland. Alles ging toen naar wens en ik heb het laatste water uit het schip gehoosd. Daarna ben ik gaan eten en heb een moment rust genomen. In de buurt van Zeebrugge moest ik pas weer overstag om niet te dicht bij de kust te komen. Na deze manoeuvre ging ik naar beneden om de koers te bepalen en zag tot mijn verbazing dat het schip weer water had gemaakt. Snel ging ik alle doorvoeren en afsluiters controleren. Onder de keuken kwam er water het schip binnen via een doorvoer. Dit was foute boel, een schip met een lekke doorvoer zou zinken als het niet verholpen kon worden. Ik zette de pomp weer aan en keek op de plotter waar ik was. Tot overmaat van ramp lag ik vlak bij het betonde vaarwater van de Westerschelde. Ik heb mijn motor aangedaan en ben zo snel mogelijk het vaarwater overgestoken. Even op drift. Op een afstand van drie nautische mijlen van het betonde vaarwater, heb ik de motor uitgedaan en de zeilen laten zakken. Er stond niet veel wind, maar nog wel een flinke deining en het was bijna middernacht. Via de marifoon heb ik een oproep gedaan aan alle schepen dat ik op drift was omdat ik een lek moest repareren. Daarna heb mijn coördinaten opgegeven en ze gevraagd of ze een goede uitkijk wilden houden. Snel heb ik mijn duikerpak aangetrokken en ben ik in het donker overboord gegaan om een stop in de afvoer te slaan. Dit was een lastig klusje, het was donker de boot schommelde en ik moest een stuk onder het schip zijn. Na een aantal keer lukte het om de stop erin te krijgen. Hierna ben ik een bijl gaan halen en ben ik weer het water ingegaan om de stop met de achterkant van de bijl vast te slaan. Na deze noodgreep, leek het iets minder te lekken. Er was nog kneedbare exposie aan boord voor een noodreparatie. Hiermee heb ik de laatste lekkage verholpen. Een helikopter. Toen ik na dit klusje op dek kwam om verder te varen, hoorde ik boven mijn hoofd aan wentelwiek. Ik keek omhoog en zag een flinke helikopter wel erg dicht boven mijn schip hangen. Tussen het kabaal van deze herrie hoorde ik ze spreken via de marifoon. Ik snelde naar binnen en vroeg of ze het wilde herhalen. Ze vroegen of ik nog zinkende was en wat voor hulp ik nodig had. Ik had het koud, was nat en moe en kon me voorstellen dat sommige het schip verlaten zouden hebben in deze omstandigheden. Ik gaf de wentelwiek door dat ik in orde was en het schip niet meer vol liep. De wentelwiek zei dat ik op deze plaats moest blijven liggen, want er was hulp onderweg. Daarna bleef hij boven mijn hoofd hangen om de reddingsbrigade de weg te wijzen en aan de overige scheepvaart duidelijk te maken dat ze daar niet moesten varen. De reddingsbrigade. Een tiental minuten later kwamen er twee schepen, een kleine en een grote, met veel snelheid aanvaren. Ze waren ook van de Belgische kustwacht. Via de marifoon vroegen ze aan mij of ze aan boort mochten komen. Dit vond ik prima en even later kwam er één redder aan boord. Hij vroeg hoe het met me ging en waar het lek zat. Ik zei dat ik moe was en het koud had en wees hem de plaats waar het water naar binnen was gekomen. Hij keek naar het lek en zei dat het wel zou houden, maar hij adviseerde mij, ook omdat ik vermoeid was, zo snel mogelijk een haven op te zoeken. Dit vond ik een goed plan en ik beloofde naar Vlissingen of Breskens te varen. Ik kreeg te horen dat ik mijn positie en toestand om het half uur moest melden bij de Nederlandse kustwacht. Hij riep de reddingsboot op en vroeg nogmaals aan mij of het wel ging. Ik zei dat het wel zou lukken en even later sprong hij aan boord van de reddingsboot. De wentelwiek was inmiddels vertrokken en de reddingboten vaarden ook weg. Ik was even later weer alleen en moest nog twintig Nm tegen de stroom in varen voordat ik in Vlissingen was. Om acht uur in de morgen was ik in Vlissingen. Ik was moe maar kon niet slapen. Als ik mijn ogen dicht deed zag ik de bodem van de zee. Nog even de zeilen hijsen en naar Breskens. Een aantal uren later kwam Winanda. Het bleek dat de Free-mind niet uit het water gehaald kon worden in Vlissingen. Snel heeft Winanda enkele scheepswerven gebeld. In Breskens konden ze ons wel helpen, maar dan moesten we wel gelijk komen. Ik liep volgens mij nog te slaapwandelen, maar er moest weer een stukje gevaren worden. Winanda kon niet mee, want dan zou de auto in Vlissingen staan en wij in Breskens. Ik startte de motor, gooiden de trossen los en Winanda duwde af. Ik had nog geen drie uur geleden mijn avontuur beëindigd of ik moest weer aan de bak. Met de motor ben ik via de sluis Wester Schelde opgevaren. Toen ik benedendeks was geweest om de koers naar Breskens te bepalen, zag ik toen ik weer aan dek kwam dat er aan bakboord een groot schip aan kwam varen. Ik gooide mijn roer om en het schip ging keurig aan mij voorbij. Zou het de vermoeidheid geweest zijn? Hierna ben ik de zeilen gaan hijsen. Met een harde wind schuin van achteren zeilde de Free-mind met grootte snelheid naar de overkant. Zou de noodreparatie van de afsluiter het houden? Winanda moest nog arriveren toen ik al lag te wachten bij de boten-lift. Even later werd het schip op het droge gezet en kon ik eindelijk tot rust komen. We hebben wat spullen gepakt en zijn naar Den haag gereden. Eindelijk het laatste stuk. Op 6 mei 2011 ben ik met de trein en pond naar Breskens gegaan. Jammer genoeg kon Winanda niet mee want zij moest werken. De afsluiters waren gemaakt en de Free-mind moest naar Rotterdam gevaren worden. Toen ik in de ochtend in Breskens aankwam ben ik als een dokwerker aan het werk gegaan. Ik heb de bodem van het schip met antifouling ingesmeerd en de zijkant met was. Met dit klusje was ik 's avonds net voor het donker klaar. De mannen van de werf zijn de volgende dag op zaterdag 7 mei speciaal voor mij terug gekomen om het schip in het water te leggen. Ik heb gelijk de zeilen gehesen en ben op weg gegaan naar Rotterdam. In rotterdam hebben we een ligplaats kunnen krijgen voor langere tijd. De Westerschelde oversteken ging niet zo snel omdat ik de wind te veel op het kontje had, maar eenmaal het hoekje om bij Westkapelle had ik halverwind en ging de Free-mind als een torpedo door het water. Het getijden was ook gunstig dus liep de Free-mind al snel meer dan tien knopen. Ik heb de hele tocht veel zeil laten staan en heb hard moeten werken om het schip op koers te houden. De stuurautomaat had weer kuren en kon het schip niet op koers houden. In de Maas op de Maas. Bij de Hoek van Holland de maas in was een leuke ervaring. Het ene na het andere grote schip kwam naar buiten en naar binnen varen. Hier moest ik met mijn notendop tussendoor laveren. Ik heb de zeilen laten staan en kon net aan de wind zeilen de rivier op. Met de stroming mee en de wind in de zeilen ging ik de Maas-mond in met tien knopen. Ik riep verkeersregelaar van de Maasvlakte op om te vragen wat de bedoeling was. Het enige wat hij zei was, dat hij mij allang gezien had op zijn A. I. S.. Ik zei dat ik de Nieuwe waterweg in ging zeilen naar de City marine in Rotterdam. Verdere instructies kreeg ik niet. Ik zeilde eerst maar aan stuurboordzijde van de Maas-mond om vervolgens over te steken naar de Nieuwe Waterweg. Ik werd nog ingehaald door een tanker en achter hem ben ik over gestoken. Ik rende tussen dek en kajuit heen en weer om het constant in alarm zijnde A. I. S. in de gaten te houden. Gelukkig kon de stuurautomaat het redelijk aan op deze koers en ben ik zonder werkelijke problemen naar binnen gezeild. Op de plaats rust......... PROOST! Het hele stuk naar de marina heb ik gezeild met af en toe een beetje de motor erbij om bijna tegen wind te varen. Ook de hele tocht heb ik commentaar gehad van de beroeps scheepvaart wat ik op de Nieuwe waterweg deed met dit miezerige bootje en nog wel onder zeil. Ik hoorde ze verschillende keren zeggen dat ze gewoon door zouden varen en keken wat ik zou doen. De sukkels hadden niet door dat ik alles kon horen en dat ik elke beweging van de overige schepen zag op mijn AIS. Op een gegeven moment heb ik me maar gemeld en verteld dat ik wel wist wat de regels waren en zij rustig koers konden houden. Ik heb stuurboord vaarwater aangehouden en voor de oplopers bijna de kant op gezeild. Na twaalf uur zeilen lag de Free-mind veilig in de City marina in Rotterdam. Het was een prachtige zeiltocht en ik heb voldaan mijn laatste biertje opgedronken. Ik wil iedereen die aan ons gedacht heeft bedanken. Ook wil ik iedereen die ons heeft bijgestaan en geholpen hartelijk bedanken. Speciale dank voor mijn ouders, Frans en mijn vriendin Winanda die het hebben mogelijk gemaakt. Ook dank aan mijn broer Eddy die mij zo goed gevolgd heeft, dat het af en toe leek alsof hij aan boord was. Kapitein, Ronald Alkema. Geschreven door: Ronald Alkema.
|
|||
|
|
Copyright © 2005/2008, Webdesign Ronald Alkema. |
|||